Heeft het zin om hoge doses vitamines te slikken of komt het meeste toch in de urine terecht?

Bij veel voedingsstoffen is het zo dat als er méér wordt ingenomen dan het lichaam kan gebruiken het overtollige deel met de urine uit het lichaam verdwijnt. Dat betekent echter niet dat hoge inname geen zin heeft. Ruime inname is nodig omdat alleen het lichaam zélf kan bepalen hoeveel van iedere substantie nuttig toegepast kan worden.

Overigens zijn er ook veel voedingsstoffen waarvan het lichaam een voorraad kan aanleggen en op peil houden. Met name bij veel lipofiele ofwel vetminnende substanties is dat het geval. Te hoge inname leidt bij deze vetoplosbare stoffen niet onmiddellijk tot verhoogde uitscheiding.

Bij het wateroplosbare vitamine C wordt de opname voortdurend afgestemd op de behoefte. Bij zeer lage vitamine C consumptie is de opname vanuit het spijsverteringskanaal heel effectief, en de opgenomen hoeveelheid wordt dan ook vrijwel geheel in het lichaam gebruikt. Bij ruime inname komt minder in het bloed terecht en wordt ook minder vanuit het bloed verbruikt door de weefsels; een relatief groot deel van de inname verlaat dan met de feces en met de urine het lichaam.

De ingenomen vitamine C die de lichaamscellen en weefsels niet bereikt is echter niet nutteloos. Gebleken is dat de vitamine C in de feces een goede conditie van de endeldarm bevordert, en dat de vitamine C in de urine helpt om urineweginfecties en blaaskanker te voorkomen.